donderdag 26 november 2009

het dragen van de baby


Na negen maanden van warmte, veiligheid, geluiden en beweging is het voor een pasgeboren baby een hele overgang zo buiten de buik van de moeder. Na de geboorte, vooral de eerste maanden, heeft je kind veel behoefte aan koesterend lijf-op-lijf contact. Aanraking en nabijheid zijn zeer belanrijk bij de ontwikkeling van een kind.


Een baby moet in de eerste levensmaanden na de geboorte veel informatie verwerken. Vooral het evenwichtsorgaan en de tastzin blijken hierbij van groot belang te zijn. De eerste maanden haalt het zenuwstelsel zijn 'voeding' vooral uit bewegingen en aanrakingen. Daarom is het goed als we de tastzin en het evenwichtsorgaan zoveel door aanraking en bewegingen stimuleren. Intuïtief weten we dat als een baby onrustig is deze vaak rustiger wordt en zich beter lijkt te voelen als we de baby tegen ons aan houden en te wiegen.


Mijn mening is dat het prettig is voor de baby en moeder om hem dicht tegen je aan te hebben. de baby voelt zich dan veilig en vertrouwd.Ik vind de draagdoek een hele goeie uitvinding.



Mij lijkt het leuk om dat later ook zo te doen met mijn kind hij voelt zich fijn en voor de moeder is het ook fijn om je baby dicht bij je te hebben.


Wat vinden jullie hiervan? En vinden jullie dit niet eng/of gevaarlijk?

Oma of kinderdagverblijf?


Veel mensen maken gebruik van een oppasoma in plaats van hun kind naar een kinderdagverblijf te brengen.Maar is dat nou wel beter voor een kind?

Zelf vind ik het nog wel een lastige kwestie.

Als een kind bij zijn/haar oma is dan krijgt het volop de aandacht die hij/zij nodig heeft.

Ook is het kind dan bekend met degene bij wie hij/zij is.De oma's weten over het algemeen precies wat de ouders wel en niet willen en zo krijgt het kind dezelfde regels als bij zijn ouders.In een kinderdagverblijf heeft een kind volop de kans om met andere kindjes te spelen, wat ook de ontwikkeling stimuleert.


Ook worden er veel activiteiten met de kinderen gedaan en heeft een kindje altijd wat te doen.Een kinderdagverblijf probeert zo goed mogelijk aan te sluiten bij de thuissituatie van kinderen maar het zal altijd iets kunnen afwijken.
Wat is nou het beste voor een kind?
Ik ben erg benieuwd naar de mening van anderen!

taal..


Op mijn stage adres zitten heel veel buitenlandse kindjes.
Veel kindjes kunnen de Nederlandse taal niet of heel slecht.
Ook veel ouders verstaan de helft niet van wat je tegen ze zegt.


Wat zou je doen als jij dit tegen zou komen op je stage?
Zou je gewoon Nederlands blijven praten tegen de ouders en kinderen of zou je je meer gaan verdiepen in hun taal?

Kusjes geven..


Wat vinden jullie van kusjes geven aan de kindjes op het KDV.
Op het kinderdagverblijf gebeurd vaak dat een leidster een kusje aan een kindje geeft wanneer hij/zij bijvoorbeeld gaat slapen of wanneer hij verdrietig is.


Vinden jullie dit kunnen en hoe denk je dat ouders hier over denken en wat ze er van vinden.
Bij mij op mijn stage gebeurd het ook, ook doe ik het zelf heel snel wanneer iemand is gevallen dan geef je even een kusje op zijn/haar wang en vaak is het dan ook alweer over.


ik ben benieuwd hoe jullie er over denken. En ben benieuwd of het op jullie stage ook veel gebeurd.

de SKE vind het belangrijk dat je op je eigen rug let


Bij ons op het kinderdagverblijf. Zijn er allemaal voorzieningen die rugklachten moeten tegen gaan, zoals het trapje om de verschoontafel op te komen en de verstelbare verschoontafel. Maar ik vind het soms wel wat overdreven, als ik een kind help met op de verschoontafel te klimmen, en ik sta dan wat voorovergebogen, wordt er soms tegen mij gezegd dat het kind zelf wel op de tafel kan klimmen. Ik vind dat wel heel aardig van die mensen, maar soms heeft het kind er moeite mee en zal een klein beetje hulp wel fijn vinden, en aangezien ik geen last heb van rugklachten, denk ik er ook minder snel over na.

Ouders denken mee...!!


Bij de SKE beschikt elke locatie over een oudercommissie om de uitvoering van de opvang met elkaar te bespreken. Daarnaast is er een centrale oudercommissie die met de directeur van SKE kinderopvang overlegt over de algemene lijnen van het beleid op het gebied van kwaliteit en pedagogiek. Zo denken de ouders actief mee over de opvang van hun eigen kinderen en over het beleid van de organisatie.Ik vind het goed dat er een oudercommissie is, bij ons kinderdagverblijf is er ook een oudercommissie, en ik vind dat de ouders recht hebben om de uitvoering van de opvang met elkaar kunnen bespreken. En zo weten ze ook wat er speelt bij het kinderdagverblijf, en kunnen dingen waar de ouders tegenaan lopen eerder bespreekbaar gemaakt worden, en dus ook uitgepraat worden.

buiten of binnen spelen?


Wat is nu beter buiten of binnen spelen?

De meningen verschillen hierover, daarom ben ik wat dieper gaan nadenken over de voor en nadelen van binnen of buiten spelen.


De voordelen en nadelen van buiten spelen:





Voordelen:


* De kinderen bouwen meer weerstand op.


* De kinderen kunnen hun levende fantasie vaak verwerkelijken omdat ze meer ruimte hebben om te spelen.


* Hun grove motoriek word beter ontwikkeld.





Nadelen:


* Het kind word vies (Kan een oorzaak zijn waarom kinderen niet buiten mogen spelen)


* Op straat is er meer gevaar omdat je minder overzicht hebt over het kind.





De voor- en nadelen van binnen spelen:






Voordelen:


* De kinderen ontwikkelen hun fijne motoriek beter omdat ze binnen vaak knutselen of tekenen.


* Ze stimuleren en trainen hun hersenen omdat ze aan de hand van spelletjes taal en/of rekenen spelen.


* Ze hoeven niet op het verkeer te letten.





Nadelen:


* Ze weinig ruimte om te spelen.


* Ze zijn eerder vatbaar voor bacteriën omdat ze minder weerstand op bouwen.


* De kinderen kunnen bij het buiten spelen meer contacten met andere kinderen leggen binnen gebeurd dat vaak maar met 1 of 2 andere kinderen.

buiten spelen, meer voordelen of nadelen???


Op de kinderdagverblijf waar ik stage loop zijn we voornamelijk buiten aan het spelen. Het kinderdagverblijf heeft een Groene Pedagogiek.

Dit houdt in dat er veel buiten gespeeld word, ook met slechte weersomstandigheden. De bedoeling is dat de kinderen uitgedaagt en nieuwsgierig worden doormiddel van de natuur.


Ik vind het een fijne manier van werken, de dag gaat snel en het is erg fijn om regelmatig een frisse neus de halen.Je hebt veel ruimte om samen met de kinderen te spelen en te rennen. Regelmatig pak ik de hoepels uit de schuur of pak ik de bal, zo kun je samen leuke activiteiten doen.Ik vind dat er aan buiten spelen alleen maar voordelen zitten, de kinderen worden hierdoor op een andere manier uitgedraagt en hiervan krijgen de kinderen een hogere weerstand.


Als we met de kinderen buiten zijn kunnen ze lekker fietsen, steppen of rennen, we merken meteen dat het erg druk binnen word zodra we een ochtend of een middag niet buiten spelen. De kinderen worden dan erg druk en dan gaan ze binnen rennen, wat uiteraard onveilig is en niet mag.

Kinderen die 4 jaar worden, naar school gaan en vervolgens met de taxi zelfstandig naar de BSO moeten. Hier wil ik mijn mening over geven.Ik vind dat die overgang te groot is. De kinderen doen zoveel indrukken op zodra ze naar school gaan. Het kan zijn dat ze hierdoor sneller en vaker moe zijn de eerste paar maanden.

Naar school gaan voor een 4 jarige kan ook een grote opluchting zijn, veel vriendjes en vriendinnetjes maken met kinderen van de zelfde leeftijd!Maar als de ouders ervoor kiezen om hun kind naar de BSO te doen word het allemaal wel heel zelfstandig. Ze moeten overblijven op school en dan worden ze na schooltijd met de taxi naar de buitenschoolse opvang gebracht.


Hier kunnen ze spelen en moet niks, ze spelen in een huiselijke sfeer maar in dorpen, hebben de BSO's vaak maar éen groep (in grotere steden zijn er vaak 2 groepen, 4 t/m 6 jaar & 7 t/m 12 jaar). De groep heeft dan een leeftijd van 4 t/m 12 jaar. Dat verschil vind ik te groot. De 4 jarigen worden dan bijna omver gelopen door de grotere kinderen, ze zijn nog zo jong. Ik vind dat er op zo'n moment teveel van een kleuter word verwacht, ze moeten opeens zo zelfstandig zijn.
Hoe denken jullie hierover?

Huilbaby`s


26 maart 2004 Naar aanleiding van een symposium in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht verschenen er vorige maand krantenberichten waarin werd gesteld dat ouders zelf de oorzaak zijn van een huilbaby. Met meer rust, reinheid en regelmaat (de drie R's) zouden er veel minder huilbaby's zijn.Erna Brinkman-Spoelder, orthopedagoge en moeder van een huilbaby, is kwaad over deze berichtgeving.Adviezen aan huilbaby-ouders zijn te algemeendoor Erna Brinkman-SpoelderOnder koppen als "Ouders oorzaak huilbaby" berichtten diverse kranten vorige maand dat ouders zelf schuld hebben aan een huilbaby. De strekking van de artikelen was als volgt: "Ze zijn te druk en te onzeker en bieden te weinig rust, regelmaat en reinheid. Ouders zetten tegenwoordig een baby in een drukke kamer met tv en rinkelende telefoons en weten niet anders te doen dan het kind in nog meer stress en drukte rond te dragen! Nu zijn er tussen de 20.000 en 30.000 huilbaby's per jaar, terwijl ze vroeger nauwelijks voorkwamen. We moeten terug naar de 3 R's uit de jaren '60. Wanneer een baby moe begint te worden, hoort de baby in het eigen bedje. Huilen mag."Op deze manier met de vinger wijzen naar de ouders is echter niet terecht. Erger nog: het kan gevaarlijk zijn en staat een goede diagnose in de weg. Ouders zullen minder geneigd zijn hulp te vragen uit angst voor oordelen. Dit kan zelfs leiden tot meer gevallen van hechtingsstoornis en baby-mishandeling.De nieuwsberichten bevatten een algemeen oordeel over ouders van huilbaby's en maken geen onderscheid tussen een verscheidenheid van ouders, kinderen en opvoedingssituaties. Daarnaast is het een sterke vereenvoudiging van de realiteit, alsof alleen de opvoeding de ontwikkeling van een kind bepaalt. Ouders met huilbaby's stuiten al tegen zo veel onbegrip uit de omgeving, na verloop van tijd. Dergelijke berichten in kranten zullen de algemene vooroordelen versterken.Niemand geholpenDoor ouders bij voorbaat te beschuldigen van een falende opvoeding, zonder dat men de specifieke situatie van dat gezin kent, zullen ouders nog onzekerder worden. Hun sociale isolement zal vergroten. Mogelijk zullen ze hun problemen niet meer bespreekbaar durven maken. De drempel, om naar een hulpverlener te stappen zal groter worden.Daarnaast zullen er mogelijk artsen zijn die blind varen op uitspraken waarvan ze denken dat die van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) te Utrecht komen, ook al is dat indirect via de krant. Mogelijk zullen zij daardoor niet meer bieden aan ouders dan algemene adviezen: bied rust en regelmaat en huilen mag. Hier zijn noch de ouders, noch het kind mee geholpen.Reden voor mij, om als orthopedagoog en ervaringsdeskundige mijn hart te laten spreken en op de bres te springen voor huilbaby's en hun ouders. Dat is hard nodig, zelfs anno 2004.Elk geval is complexDe werkelijkheid is veel complexer. Er bestaan grote verschillen tussen de manieren van opvoeden, tussen ouders en tussen kinderen. De ontwikkeling van het kind wordt niet alleen beïnvloed door de opvoeding, maar ook door erfelijkheid, het temperament van het kind en zijn lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling.Daarnaast wordt de ontwikkeling van een kind ook beïnvloed door de opvoeders zelf (hun levenservaringen en karakter, hun relatie en kennis en vaardigheden), andere kinderen om hen heen, de gezinssituatie en door andere mensen uit de omgeving van het kind.Al deze factoren beïnvloeden in onderlinge wisselwerking de ontwikkeling van een kind. De verhouding tussen de hoeveelheid ongunstige en gunstige factoren bepaalt de mate waarin ouders de situatie aankunnen. In hoeverre zijn zij opgewassen tegen de taken waar zij voor staan? Dat is de verhouding tussen de draaglast en de draagkracht van ouders.Mensen uit de omgeving van ouders kunnen een bron van steun zijn, maar ook een bron van stress. Beschuldigende vooroordelen zijn meestal een bron van stress voor ouders en verminderen de mate waarin ouders het gevoel hebben de opvoedingssituatie aan te kunnen.Huilbaby's huilen niet 'gewoon'De suggestie van de omgeving is maar al te gauw dat je het kind 'gewoon' rustig in zijn bedje moet leggen. Dat je 'gewoon' wat meer regelmaat moet introduceren, of het kindje 'gewoon' moet laten huilen.Welnu, huilbaby's huilen niet 'gewoon'. Ik zou mensen met vooroordelen graag eens uitnodigen om te luisteren naar het verschil tussen het huilen van een gewone baby en het huilen van een huilbaby. Een gewone baby huilt jengelend tegen de slaap, om even later tevreden in slaap te vallen. Een huilbaby daarentegen huilt ontroostbaar, balt zijn vuistjes, overstrekt zich, en reageert schrikachtig met zijn armpjes.Wat is er aan de hand?Baby's kunnen alleen communiceren door middel van non-verbaal gedrag, waaronder geluidjes maken en huilen. Het is een biologische intuïtie van ouders om te reageren op ontroostbaar huilen van een baby: het heeft een duidelijke alarm-functie. En dat is maar goed ook.Een baby kan zijn ouders niets vertellen op een andere manier. Dus elke keer ben je weer wakker, je rust zelf nooit meer. Ouders willen dolgraag weten wat er aan de hand is: waarom huilt hun kindje zo?SlaaptekortWanneer ouders een huilbaby hebben, dan kan dat betekenen dat zij zelf slechts rond de vier slaap per etmaal krijgen, en nog onderbroken ook. Dan is het een overlevingstocht om dat maanden vol te houden. Hoe doe je dat als je allebei werkt? Of als er nog meer kinderen thuis zijn overdag, die ook aandacht nodig hebben? Wanneer haal je die slaap in?Op den duur hebben ouders van een huilbaby nergens meer tijd en energie voor. En wat dacht je wat: bij een ziekenhuisopname van een huilbaby (na 3 maanden) constateert men dan dat de huilbaby een ouder heeft die overbelast is. Vreemd? Welnee. Wel vreemd is het dat daaruit soms de conclusie wordt getrokken dat een kindje een huilbaby wordt doordat het een overbelaste ouder heeft. Een huilbaby leidt tot een overbelaste ouder, die daardoor weer minder goed kan reageren op de baby.Gevolg ten onrechte gezien als oorzaakWanneer je na 2 of 3 maanden in zo'n gezin komt observeren, dan is het niet zo vreemd dat rust en regelmaat ontbreken. Het is dus wel van belang om onderscheid te maken tussen oorzaken en gevolgen. Leidde het ontbreken van rust en regelmaat tot een huilbaby of is het andersom: leidt een huilbaby tot het ontbreken van rust en regelmaat?Een huilbaby vergt zo'n intensieve verzorging, dat ouders tijd en energie te kort komen, waardoor vaak het hele gezinsleven ontregeld wordt. Kortom: vooraf oordelen 'buiten de deur' is te vergelijken met een rechter die oordeelt zonder de stukken gelezen te hebben.Advies op maatMijn hartekreet luidt: laten we huilbaby's serieus nemen en proberen te zoeken naar een behandel-advies op grond van een juiste diagnose, in plaats van algemene vooroordelen. Algemene adviezen helpen niet, omdat ze te weinig afgestemd zijn op de situatie. Ik pleit voor advies op maat, passend bij het unieke kind in die opvoedingssituatie.Huilbaby's en hun ouders mogen we niet in de kou laten staan. Steun hebben ze hard nodig. Steun kan leiden tot een oplossing. Beschuldigingen leveren alleen maar meer stress op, wat eerder ongunstig zal zijn voor het gezin. Daar is een huilbaby zeker niet bij gebaat.PreventiePreventie van kindermishandeling (zoals het 'shaken baby syndroom') en van hechtingsstoornissen begint naar mijn idee bij het bespreekbaar maken van problemen. Het is belangrijk dat professionele hulpverleners werken vanuit een open houding en niet vanuit algemene vooroordelen.Daarom pleit ik voor een breder hulpverleningsperspectief. Niet alleen gericht op de opvoeding, en ook niet alleen gericht op de lichamelijke ontwikkeling van het kind, maar mede gericht op de psycho-sociale ontwikkeling van het kind en de verhouding van draaglast en draagkracht van ouders. Het komt nu vaak voor dat ouders naar huis gestuurd worden met algemene en zelfs tegenstrijdige adviezen van huisarts, kinderarts en (wijk)verpleegkundige. Hoe ouders dat dan moeten uitvoeren en volhouden, vertellen ze er niet bij.Informatie en praktische ondersteuningOuders hebben behoefte aan informatie over mogelijke oorzaken van het huilen en over het uitsluiten van lichamelijke oorzaken. Daarnaast hebben zij behoefte aan een vast aanspreekpunt, iemand die hen begeleidt en de vinger aan de pols houdt. Totdat zij het gevoel hebben de situatie weer helemaal zelf aan te kunnen. In veel gevallen kan het bijhouden van een huildagboek al volstaan, samen met het bespreken van de aanpak waarvan rust en regelmaat onderdeel kunnen zijn.Bij de meeste huilbaby's komt er een oplossing binnen 3 maanden, bij een overig deel binnen 6 maanden, en slechts in enkele gevallen blijft het slaapprobleem bestaan na 6 maanden.Ondertussen kan de draagkracht van ouders op peil gehouden worden met praktische ondersteuning in het huishouden en voor de verzorging van de andere kinderen. Of door ouders de kans te geven slaap in te halen. Familie en bekenden kunnen hierbij een rol spelen, maar in sommige gevallen kan men ook hulpverlening inzetten.Waarom huilt een huilbaby?Adviezen van hulpverleners moeten aansluiten bij de specifieke situatie, afhankelijk van de oorzaak van het bovenmatig huilen. Ouders zijn niet geholpen met een algemeen verhaal over rust en regelmaat alleen. Er moet dus ook gekeken worden naar mogelijke andere oorzaken van een huilbaby. Bijvoorbeeld:stress-factoren tijdens de zwangerschap, bij de bevalling, of tijdens een couveuse-periode;verlatings-angst door ziekenhuisopname;een moeilijke start (prematuur, dysmatuur, etc.);temperament;onrijpe darmen;reflux;een liesbreuk;spruw;allergie;het Kiss-syndroom (beknelde zenuw door de bevalling);een infectie;overige lichamelijke of geestelijke stoornissen (waaronder handicaps, stoornissen in de hersenen; stoornissen in de hormoon-afgifte, etc.);Eigen ervaringZelf ben ik moeder van twee zonen, inmiddels 5 en bijna 7 jaar. Mijn oudste zoon was een gemakkelijke, zeer tevreden baby die bijna nooit huilde, behalve wanneer hij ziek was. Hij dronk en sliep prima. Beide zonen bood ik rust en regelmaat en reinheid. Na elke voeding, de verzorging en het knuffelen, legde ik beide zonen in hun eigen bedje, wanneer ze moe werden.Mijn jongste zoon was een huilbaby. Hij was dysmatuur bij de geboorte: een te licht geboorte-gewicht na 39 weken. Ondanks mijn gezonde levensstijl had hij de zwangerschap nauwelijks overleefd vanwege een slecht functionerende placenta. In de couveuse was hij zeer zwak en sloom en leek zijn leven kritiek. Hij dronk heel slecht. Hij kreeg sonde-voeding, een ruggenprik en elke dag vijf hielprikjes in hieltjes zo dun als een vingertopje! Het infuus werd pas verwisseld wanneer zijn dunne armpjes twee keer zo dik opgezwollen waren van ellende. 's Nachts brandde er altijd gedempt licht op de couveuse-afdeling en voortdurend waren er geluiden van apparatuur, verpleegkundigen en ouders.Ik vind het niet vreemd dat zo'n baby veel stress ervaren heeft. Voor hem was het puur overleven.Daarnaast heeft hij tijdens de laatste maanden van de zwangerschap een tekort aan voedingsstoffen gehad, waaronder bepaalde vetzuren die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Daardoor heeft hij waarschijnlijk een slaapstoornis ontwikkeld. Dit ontdekte ik pas veel later, na jaren eigen speurwerk.Ontroostbaar verdrietNa 14 dagen kwam hij thuis. Dag en nacht was hij gespannen en ontroostbaar. Hij dronk nog steeds slecht. Na elke voeding begon hij na een kwartier te huilen. Hij jengelde zich niet in slaap, maar huilde zich over zijn toeren. Alleen troosten hielp. Na veel geduld viel hij dan eindelijk in slaap, waarna hij binnen een half uur weer huilend wakker schrok, ondanks dat hij boven bleef op zijn kamer. We zorgden voor zoveel mogelijk rust. Maar we zochten ook naar oplossingen.Eerst hij slapen, dan wijAls je je kind laat doorhuilen, kan je kind onveilig gehecht raken. Met alle negatieve gevolgen voor zijn ontwikkeling van dien. Als orthopedagoge wist ik dat, en daarom stelden we onze eigen rust niet voorop.Ik koos voor het lange-termijn-doel: een veilige hechting van mijn kind. Dus: troost bieden, rust en regelmaat bieden, afgestemd op zijn mogelijkheden, en prikkels uit de omgeving beperken.Het was een lange, zware weg. Beetje voor beetje, stapje voor stapje, werd onze zoon meer ontspannen. Eerst overdag, later ook 's nachts. Na een jaar huilde hij ons nog elk uur 's nachts wakker, maar jaar na jaar werd het slapen beter.Volgens de neuroloog heeft onze zoon een slaapstoornis, die meestal samengaat met een angst- en paniekstoornis door de stofwisseling in de hersenen. Hier kan hij mogelijk overheen groeien, na jaren. Maar verder is het wél een veilig gehechte, vrolijke jongen die zich goed ontwikkelt.Onveilige hechtingBevestiging en herkenning vond ik in een verslag van een onderzoek naar huilbaby's door dr. D. van den Boom. Zij verrichtte onderzoek in de jaren '90 en uit haar onderzoek blijkt dat 70% van de huilbaby's na een jaar angstig gehecht is, omdat de ouders de neiging hebben zich steeds meer van een huilbaby af te keren. Huilbaby's blijken prikkelgevoelige kinderen te zijn, die snel van slag zijn en onvoorspelbaar reageren. Dat vergt extra veel van ouders.Haar onderzoek toonde aan dat extra begeleiding voor ouders effectief is. Daarnaast blijkt dat baby's troost nodig hebben, afgestemd op hun eigen specifieke behoeften. Tevens is continuïteit in de zorg van belang (dus niet te snel wisselen van aanpak), net als rust en regelmaat en het beperken van te veel prikkels.Voor sommige baby's en kinderen is doorslapen niet vanzelfsprekend, maar een leerproces dat tijd kost, en geduld en energie vergt van de ouders. Begrip en steun vanuit de omgeving is daarbij onontbeerlijk.

conflicten tussen kinderen: In gesprek gaan met ouders.


Kinderen spelen samen, ze botsen en verzoenen weer, dat zijn dagelijkse gebeurtenissen in kindercentra. Botsingen zijn belangrijke, maar soms ook lastige momenten. Lastig ook vaak om met de ouders te bespreken. Hoe denken ouders over het omgaan met botsingen van kinderen? En hoe kun je als begeleid(st)er hierover met hen communiceren? Dit is het laatste in een reeks van vier artikelen.Ouders willen dat hun kinderen respectvolle volwassenen worden, die rekening houden met anderen en kunnen omgaan met regels. Wat doen ouders bij conflicten tussen kinderen? Welke aanpak hanteren ze? En wat willen ze daarmee bereiken? In het onderzoek ‘Kijken, kijken, kijken. Samen spelen, botsen en verzoenen’ vertellen moeders – na het zien van een videofragment – hoe zij zouden reageren in een conflictsituatie tussen kinderen die escaleerde in slaan en schoppen en eindigde met een hard huilend jongetje. De leidster had niets gezien en kwam op de kinderen af op het moment dat zij het jongetje hoorde huilen.
Reactie van een moeder:
‘Waarom doet de leidster niets?Schoppen en slaan mag echt niet van mij.Wat ik zou doen , ik zou ze uit elkaar halen. Ik zou ze in een stoel apart zetten, na een kwartier of later mogen ze weer samen gaan spelen. Daarna zou ik uitleg geven aan de kinderen en de kinderen om uitleg vragen. Wat ik daarmee wil bereiken, is dat ze gaan nadenken over wat ze hebben gedaan. Ik vind het uitleg geven belangrijk want anders denken de kinderen dat het goed is wat ze hebben gedaan. En omdat ze anders niet weten waarom ze straf krijgen.
’Nog een moeder:‘
Ik ben het er niet mee eens dat de leidster alleen ingaat op het jongentje dat aan het huilen is. Wanneer je alleen het slachtoffer gaat troosten, dan creëer je haatgevoelens in het groepje kinderen. Zij zien dat de leidster het kind troost, aandacht geeft, knuffelt en optilt, dat creëert jaloezie bij die kinderen. Ik vind dat ze alle kinderen aandacht moet geven en betrekken. Dus niet alleen het slachtoffer, maar ook de daders, want dan weten ze dat ze ook als persoon iets waard zijn en anders begrijpen ze het niet.’ De eerste moeder in dit voorbeeld zou eerder ingrijpen in het conflict dan de leidster in de video deed. Zij zou de kinderen uit elkaar halen en uitleggen waarom ze dit gedrag niet goed vindt. Daarna zou ze met de kinderen praten en om uitleg vragen. Zij hanteert verschillende rollen: de ‘beschermster’ die veiligheid biedt aan de kinderen door ze uit elkaar te halen en de ‘baas’ die vriendelijk stuurt door uitleg te geven over de regels. Deze rollen bij het omgaan met botsing worden uitgelegd in artikel 3 van deze serie (Kiddo 1-2006, p. 5).De tweede moeder in dit voorbeeld bekijkt het hele groepje kinderen. Zij vindt dat alle kinderen – slachtoffers én daders – aandacht moeten krijgen en uiteindelijk weer samen moeten spelen. Zij gebruikt de rol van de beschermster door álle kinderen veiligheid te bieden. In de rol van de bemiddelaarster gaat zij in op de emoties van alle kinderen, zij ‘tovert met gevoelens’ en wil daarmee bereiken dat ieder kind zich gezien en gewaardeerd voelt.
Ouders als bemiddelaars
Een ander voorbeeld uit het onderzoek laat zien wat ouders doen in een conflict over een autootje. Dit videofragment toont Jim die speelt met een brandweerauto en Otto die veel en langdurige pogingen doet om ook een keer met de auto te mogen spelen. Een moeder reageert:‘Ik zou wachten tot een van hen naar mij toe zou komen. Ik zou niet meteen de auto hebben gegeven. Ik zou aan het kind vragen “Ik weet dat het jouw auto is, maar mag hij straks ook met jouw auto spelen?” Ik wil dat ze ook leren voor zichzelf op te komen. De ene heeft iets van ‘Nee het is mijn auto en je krijgt hem niet.” De andere moet toch leren geduld te hebben.’Een andere moeder zegt:‘Als ik aan het kind zou merken dat hij het echt niet leuk vindt, zou ik wel proberen te bemiddelen. Dan zou ik met zijn allen naar een oplossing zoeken. En als ik daar bij zou moeten zitten dan zou ik dat wel even doen.Waarom? Ik wil graag dat ze leren dat het ook anders kan. Dat ze leren dat ook een kind dat vaak toegeeft, niet altijd zal toegeven en dat je dan zelf naar iets anders moet zoeken. Ze moeten leren dat ze niet altijd de baas kunnen spelen over andere kinderen.’Nog een reactie van een moeder:‘Ik zou tegen dat jongetje zeggen: “Mag hij er ook mee spelen?” Ik heb daar respect voor, dat een kind zo lief en rustig blijft vragen of hij er ook mee mag spelen. ‘Ik heb medelijden met dat kind, hij achtervolgt hem al een hele poos, zonder gewelddadig te zijn eigenlijk. En als dat jongetje er ook mee mag spelen dan kunnen ze samen spelen. Waarom ik dit zou doen? Kinderen moeten leren delen en samen spelen.’Alle moeders in het onderzoek leggen bij deze situatie van schoppen en slaan de nadruk op het leren van regels, van waarden en normen. Alle moeders hanteren ook de bemiddelende rol. Maar ze doen dit met verschillende pedagogische doelen: om te leren dat iets niet mag; om zelf conflicten op te lossen; om samen te spelen en empathie te ontwikkelen; om te leren voor zichzelf op te komen; om te leren iets negatiefs te verdragen en geduld te hebben.
Beeldvroming:
Wat is er opmerkelijk aan deze bevindingen? Vaak kijken we – als het gaat om de opvoeding door ouders – eerder naar de verschillen tussen onszelf en de ouders dan naar de overeenkomsten. Dit kan leiden tot eenzijdige beeldvorming, veralgemeningen en vooroordelen. Of het nu om moslims gaat, om hoogopgeleide tweeverdieners of alleenstaande ouders, de leden van zo’n groep worden makkelijk over één kam geschoren. Van één enkele gebeurtenis met personen uit een bepaalde groep stap je over op een conclusie over de hele groep.
Beeldvorming kan je in de weg zitten als je een gesprek wilt aangaan met ouders. Wat je kan helpen is eerst te kijken naar de overeenkomsten tussen de ouder en jezelf, in plaats van naar de verschillen. Probeer ook elke ouder als een uniek individu te zien, en niet als deel van een bepaalde groep. Een voorbeeld.Tako is deze week voor de tweede keer behoorlijk gebeten door een kind in je groep. Aan het einde van de dag bij het ophalen vertel je aan Tako’s moeder wat er is gebeurd: dat jij zodra je de botsing zag, erop af ging, Tako hebt getroost, dat je daarna Jordy die beet apart hebt genomen en daarna met beide kinderen samen bent gaan spelen om te voorkomen dat Tako bang wordt voor Jordy. Je hebt dus alle leidstersrollen gehanteerd bij het omgaan met conflicten: de beschermster (veiligheid voor Tako en troost), de baas (duidelijkheid van regels ‘elkaar geen pijn doen’) en bemiddelaar (weer samen spelen).De moeder reageert boos en verontwaardigd. Het is al de tweede keer deze week. Had jij als leidster niet beter kunnen opletten? Is Tako wel veilig in het kindercentrum? Het is niet makkelijk om zo’n reactie open en onbevooroordeeld te ontvangen. Probeer eens te kijken naar de overeenkomsten tussen de moeder en jou. Jullie willen beiden dat Tako in een veilige, plezierige omgeving speelt in het kindercentrum, maar hoe bereik je dat? Vraag eens advies aan de moeder. Hoe zou zij dit aanpakken als zij zo’n botsing thuis meemaakte tussen Tako en een vriendje? Je spreekt hiermee de moeder aan op haar opvoedingsdeskundigheid en op het feit dat zij Tako het beste kent. In de rollenspellen die we in de training ‘Samen spelen, botsen en verzoenen’ deden, werkte deze aanpak vaak verrassend: er komt een echt gesprek op gang, de ouder voelt zich serieus genomen en denkt mee. En zo ben je bezig met het maken van gezamenlijkheid tussen de ouder en jou. Net zoals je ‘samen maakt’ met de kinderen in je groep.
In gesprek met ouders
Vraag ouders om informatie en vraag hun mening over de opvoeding van het kind. Elke ouder is anders en heeft een eigen aanpak. Vaak vullen we al in wat de ouder vindt of doet, zonder het expliciet te hebben gevraagd. Zie de ouder als individu en niet als onderdeel van een groep. Als je bijvoorbeeld iets weet over de pedagogische aanpak van één Marokkaanse moeder , maak het dan niet te snel algemeen, want dat kan leiden tot misverstanden en vooroordelen. Begin met kijken naar overeenkomsten tussen jou en ouders, in opvoedingsdoelen en in pedagogische aanpak. De belangrijkste overeenkomst is dat jullie allebei het kind. Van daaruit kun je kijken naar de onderlinge verschillen. Je ziet dan vaak dat je hetzelfde wilt bereiken als de ouder, alleen op een andere manier.


lichaamstaal bij babys


Ons eerste contactHet eerste contact met de wereld hebben we al voor onze geboorte. Deze tijd tellen we meestal niet mee als we onze leeftijd noemen, maar toch waren we er al. Vrouwen en mannen die in blijde verwachting zijn weten dit maar al te goed. De baarmoeder omhulde ons met een warme beschermende aanraking. Als we in de in de laatste weken van de zwangerschap onze aanwezigheid al schoppend lieten blijken, kon onze moeder ons soms al tot rust brengen door - door haar eigen huid heen - over onze rug te strijken. We reageerden dus al voor dat we geboren waren op het contact van buiten. Ook geluiden zoals de hartslag, de ademhaling en de stem van de moeder kalmeerden ons. Vanaf het allereerste begin communiceren we dus. Ook na onze geboorte is contact, in het begin vooral aanraking, belangrijk. Vroeger werd een baby meteen bij de moeder weggehaald om te worden gewassen en gewogen. We zien tegenwoordig beter in, dat lichaamscontact absoluut noodzakelijk is voor de gezondheid van de baby. De baby wordt nu dan ook direct na de geboorte, even op de buik van de moeder gelegd.Huilen, lachen, zuigen, spartelen......communicerenVoor een pasgeborene is lichaamstaal de eerste en enige manier van communiceren. Het kindje kan namelijk nog geen gebruik maken van woorden en zinnen om zijn behoeftes te verduidelijken. Daarom drukt het zich uit door middel van huilen, lachen, zuigen, spartelen en bewegen van zijn armpjes. In korte tijd leert de moeder deze lichaamstaal van haar baby goed kennen. Voor een buitenstaander is er bijvoorbeeld geen verschil te bemerken tussen de ene en de andere manier van huilen van de baby, maar een moeder herkent feilloos aan de manier van huilen of haar baby eten wil of andere aandacht nodig heeft.En de vader dan? Zul je je misschien afvragen. We vinden het in deze tijd toch immers belangrijk om vader en moeder in gelijke mate te betrekken bij de verzorging van het kind? Dat is zo, maar toch hebben vrouwen van nature een veel fijner gevoel voor de lichaamstaal van hun baby. Een vader kan nog wel eens door het huilen van zijn kroost heen slapen, maar dat zal de moeder niet zo snel overkomen. (helaas mannen, beter oefenen! :-) In de eerste weken zijn nabijheid, lichaamscontact, lichaamsverzorging en geven van voeding de voornaamste manieren van communiceren en hierbij hebben zowel vader als moeder een rol.De eerste glimlachNa zo'n vier weken begint de baby al te glimlachen. Dit maakt de ouders blij en moedigt hen aan tot nog meer knuffelen en geven van aandacht. Zelfs op deze leeftijd zorgt onze glimlach er dus al voor dat we iets voor elkaar krijgen. De glimlach blijft ook in ons verdere leven een zeer belangrijk communicatiemiddel.Veel mensen denken dat de baby leert glimlachen door hun eigen breed glimlachende gezichten na te doen, maar dat is niet zo. Glimlachen is een aangeboren reactie en baby's zullen gaan glimlachen, ongeacht wat hun moeders wel of niet doen. We weten dit zeker omdat zelfs blind geboren baby's, die de gezichten van hun moeders nooit kunnen zien, automatisch beginnen te glimlachen wanneer zij de leeftijd van vier weken bereiken.Aangeboren lichaamstaalEvenals de glimlach is veel lichaamstaal aangeboren. De mimiek bijvoorbeeld, die we gebruiken om boosheid, angst, vreugde, verdriet en verbazing uit te drukken, is aangeboren en overal in de wereld gelijk. Sommige aangeboren lichaamstekens krijgen later in ons leven een andere betekenis. Zo stamt volgens Desmond Morris het tuiten van de lippen bij de liefdeskus af van de zuigreflex van baby's. Het ja knikken en nee schudden waarmee we als volwassene instemming en ontkenning aanduiden, wordt door deze schrijver benoemd als overblijfsel van respectievelijk zoeken naar en afwijzen van de moederlijke borst. Dit laatste kan echter in twijfel getrokken worden wanneer we zien dat in sommige landen het schudden en knikken van het hoofd een precies tegenovergestelde betekenis heeft.Aangeleerde lichaamstaalEr bestaat ook lichaamstaal die op heel jonge leeftijd wordt aangeleerd. Niet alleen de moeder leert de lichaamstaal van de baby kennen, ook de baby zelf ondergaat al vanaf het begin een leerproces. Zo bemerkt hij bijvoorbeeld het effect van zijn huilen en lachen, waardoor hij dit meer of minder; harder of zachter zal gaan doen. Sommige ouders denken nog dat je het huilgedrag van een baby het best kunt doen verminderen door hem even te laten doorhuilen. Het effect is echter vaak alleen dat de baby steeds harder gaat huilen. Het is beter om de gevraagde aandacht wel te geven en het is eigenlijk nauwelijks mogelijk om een pasgeboren baby te veel te verwennen.Als de baby iets groter is zal hij ook dankbaar gebruik willen maken van het effect van zijn huilen, als hij zijn zin niet krijgt. In bijzijn van zijn ouders laat hij zijn gevoelens zelfs zonder geluid blijken: de bekende pruillip. Daarbij verschijnen de eerste plooien op het gladde huidje. De ouders die dit gedrag wel herkennen, lachen er alleen om, en het verwachtte effect blijft uit. jammer dat de baby ook nog niet beseft hoeveel anti-rimpel-crème er op latere leeftijd nodig is, om de rimpels die nu ontstaan weer weg te werken.Een heel kleine baby immiteert de ouders nog niet, maar iets later zal hij al beginnen met het nabrabbelen van de geluiden die de ouderen maken en hun bewegingen gaan nadoen. Aan de andere kant zullen ouders onbewust gedrag vertonen waarvan het zinvol is dat de baby het na doet. Je kunt bijvoorbeeld een volwassene die een kind voedt, zelf hapbewegingen zien maken als deze een fles of een lepeltje naar het mondje van het kind brengt. Dit gaat volslagen onbewust en dit kan een komisch gezicht zijn voor anderen die er naar kijken. Aangeleerde lichaamstaal kan verschillen per cultuur en zo ook de gebruiken rondom de verzorging. In veel landen is het nog volkomen normaal dat een moeder het eten voorkauwt voor haar kind. Mensen in het westen vinden dit soms een vies gebruik.

Bijten en Slaan. Een kijkje in het kinderdagverblijf


Overal om ons heen ligt duplo, waarmee de kinderen ijverig bouwen. Op de achtergrond hoor je kinderliedjes, waar Adje om heeft gevraagd. Op mijn schoot zit Koentje (een jongetje van twaalf maanden). Hij trekt de blokken, die ik steeds in elkaar zet, weer uit elkaar, waarop ik verbaast: "Ooooh," roep en hem kietel. Dikke pret dus. Plots kruipt hij van mijn schoot rechtstreeks naar Elza, die daar al even zit met wat keukenspulletjes, en bijt haar zo in de wang. Recht onder mijn neus!Mijn eerste schrikreactie is willen slaan, terwijl ik hem van Elza (die ook pas twaalf maanden is) aftrek. Mijn hand die ik al opgeheven heb, zakt weer omlaag. Ik kruip naar Elza, pak haar opschoot en tik dán heel bewust Koentje op zijn handje: "Nee Koentje, dat mag niet, nee..." en ik kijk hem ook boos aan. Ik weet even niet wat ik anders moet doen. Hij moet weten dat bijten écht niet mag en ik weet op dat moment geen betere manier om bij hem binnen te dringen, woorden helpen immers niet.Koentje huilt van dit alles, maar nog voor Loesje (zusje) Koentje kan troosten is zijn verdriet/schrik al over. Koentje kijkt ons boos aan terwijl zuslief de armen om hem heen slaat en tegen mij zegt: "Niette Koentje slaan."Op de wang van de hard huilende Elza leg ik een koud nat washandje en probeer haar te troosten. Dit is dus de tweede keer vandaag dat Koentje in dezelfde wang bijt. Elza's wang was al rood en dik en je zag de tandjes er al in staan, nu is hij vuurrood en heeft Koentje er zelfs een beetje doorheen gebeten.Maar dan even later, valt Koentje plots Kasje (een jochie van zeventien maanden) aan en wil hem bij zijn haren naar hem toe trekken, maar Kas gaat gauw staan, waardoor de aanval mislukt. Wél geeft me dit te denken. Die tik heeft geen enkel nut gehad.Tien minuten later komt de moeder van Koentje en Loesje binnen. Ik zit nog met Elza op schoot tussen de lego en de kinderen. Ik vertel de moeder wat er gebeurd is en ze ziet ook de wang van Elza. Moeder schrikt er erg van en zegt dat ze nog niet heeft meegemaakt dat Koentje bijt en nu vandaag twee keer. Ook zeg ik haar dat ik Koentje een tik op zijn handje heb gegeven, omdat ik niet anders had geweten wat te moeten doen.Dan komt ook de moeder van Elza binnen. Ik verontschuldig mij bij de moeder van Koentje en ga met Elza naar haar moeder. Moeder schrikt hevig van Elza's wang en ik vertel wat er zojuist gebeurd is zonder namen te noemen. Moeder begrijpt niet goed hoe een kind haar kind zoiets aan kan doen, ook al is het bijtende kindje net zo oud als Elza. Ik vertel de moeder dat ik er bovenop zat toen het gebeurde, dat dit bijten zelfs mij volledig verraste en het ook de spelende Elza had verrast. Moeder vindt het heel erg en wil toch graag weten wie het heeft gedaan. En dus vertel ik haar dat het Koentje geweest is, want daar heeft ze recht op. Dit geeft enigszins wat geruststelling nu ze ook een voorstelling kan maken.Meerdere ouders komen binnen en willen horen hoe de dag gegaan is, dus mijn aandacht brokkelt alle kanten op en ineens is de moeder van Loesje en Koentje verdwenen terwijl het gesprek hierover nog niet af is voor mijn gevoel. Hier moet ik volgende keer nog op terug komen.Nog voor ik naar huis ga kom ik Petra tegen, die naar de vergadering moet. Zij is een van de vaste pedagogisch medewerksters van deze groep. Ook zij moet van het hele gebeuren op de hoogte zijn vind ik. Zeker als er nog vragen of reacties van de ouders mochten komen. Dus ik vertel Petra wat er allemaal is gebeurd. Dat ik een tik heb uitgedeeld terwijl je niet mag slaan; dat ik aan de moeder van Loesje en Koentje dit gemeld heb; dat ik dacht dat het gesprek hierover nog niet af was; dat ik niet aan de moeder van Elza heb durven vertellen dat Koentje twee keer die dag in de wang gebeten heeft én dat ik moet concluderen dat ook de tik niet geholpen heeft dus......ik alleen diep beschaamd erover achterblijf.......Ik had het recht niet.


Bron: De volkskrant

Muziek maakt slim.



Muziek maken is niet alleen leuk, maar bovendien hebben wetenschappelijke onderzoeken bewezen dat het een zeer belangrijke invloed heeft op zowel de intelligentie als de sociale vaardigheden van kinderen. Door zelf muziek te maken wordt het intelligentiequotiënt van kinderen verhoogd en vooral het abstractievermogen en het analytisch denken sterk verbeterd. Het gezamenlijk musiceren versterkt daarbij het groepsgevoel en de discipline, evenals de sociale en emotionele vaardigheden. Bovendien leidt dit tot een positiever zelfbeeld.Hoe komt dit?Uit hersenonderzoeken is gebleken, dat bij musicerende kinderen de rechter hersenhelft (gevoelstoestand) en de linker hersenhelft (spraak en intellect) sterker met elkaar verbonden raken dan bij niet-musicerende kinderen. Deze resultaten ontstaan, doordat muziek maken een positieve en stimulerende werking heeft op de neuronale verbindingen. De neuronen worden geactiveerd waardoor er minder afsterven en er betere verbindingen ontstaan -zij vormen uiteindelijk het totaal van de intelligentieWe kunnen concluderen dat muziek maken, naast ontspanning en plezier, ook een belangrijke positieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van kinderen en daarmee aan onze toekomstige maatschappij. Wetenschappers dringen er al jaren op aan om deze conclusies mee te nemen bij de opvoeding en het onderwijsbeleid.Bron: http://www.peuterplace.nl/