Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen

donderdag 26 november 2009

Huilbaby`s


26 maart 2004 Naar aanleiding van een symposium in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht verschenen er vorige maand krantenberichten waarin werd gesteld dat ouders zelf de oorzaak zijn van een huilbaby. Met meer rust, reinheid en regelmaat (de drie R's) zouden er veel minder huilbaby's zijn.Erna Brinkman-Spoelder, orthopedagoge en moeder van een huilbaby, is kwaad over deze berichtgeving.Adviezen aan huilbaby-ouders zijn te algemeendoor Erna Brinkman-SpoelderOnder koppen als "Ouders oorzaak huilbaby" berichtten diverse kranten vorige maand dat ouders zelf schuld hebben aan een huilbaby. De strekking van de artikelen was als volgt: "Ze zijn te druk en te onzeker en bieden te weinig rust, regelmaat en reinheid. Ouders zetten tegenwoordig een baby in een drukke kamer met tv en rinkelende telefoons en weten niet anders te doen dan het kind in nog meer stress en drukte rond te dragen! Nu zijn er tussen de 20.000 en 30.000 huilbaby's per jaar, terwijl ze vroeger nauwelijks voorkwamen. We moeten terug naar de 3 R's uit de jaren '60. Wanneer een baby moe begint te worden, hoort de baby in het eigen bedje. Huilen mag."Op deze manier met de vinger wijzen naar de ouders is echter niet terecht. Erger nog: het kan gevaarlijk zijn en staat een goede diagnose in de weg. Ouders zullen minder geneigd zijn hulp te vragen uit angst voor oordelen. Dit kan zelfs leiden tot meer gevallen van hechtingsstoornis en baby-mishandeling.De nieuwsberichten bevatten een algemeen oordeel over ouders van huilbaby's en maken geen onderscheid tussen een verscheidenheid van ouders, kinderen en opvoedingssituaties. Daarnaast is het een sterke vereenvoudiging van de realiteit, alsof alleen de opvoeding de ontwikkeling van een kind bepaalt. Ouders met huilbaby's stuiten al tegen zo veel onbegrip uit de omgeving, na verloop van tijd. Dergelijke berichten in kranten zullen de algemene vooroordelen versterken.Niemand geholpenDoor ouders bij voorbaat te beschuldigen van een falende opvoeding, zonder dat men de specifieke situatie van dat gezin kent, zullen ouders nog onzekerder worden. Hun sociale isolement zal vergroten. Mogelijk zullen ze hun problemen niet meer bespreekbaar durven maken. De drempel, om naar een hulpverlener te stappen zal groter worden.Daarnaast zullen er mogelijk artsen zijn die blind varen op uitspraken waarvan ze denken dat die van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) te Utrecht komen, ook al is dat indirect via de krant. Mogelijk zullen zij daardoor niet meer bieden aan ouders dan algemene adviezen: bied rust en regelmaat en huilen mag. Hier zijn noch de ouders, noch het kind mee geholpen.Reden voor mij, om als orthopedagoog en ervaringsdeskundige mijn hart te laten spreken en op de bres te springen voor huilbaby's en hun ouders. Dat is hard nodig, zelfs anno 2004.Elk geval is complexDe werkelijkheid is veel complexer. Er bestaan grote verschillen tussen de manieren van opvoeden, tussen ouders en tussen kinderen. De ontwikkeling van het kind wordt niet alleen beïnvloed door de opvoeding, maar ook door erfelijkheid, het temperament van het kind en zijn lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling.Daarnaast wordt de ontwikkeling van een kind ook beïnvloed door de opvoeders zelf (hun levenservaringen en karakter, hun relatie en kennis en vaardigheden), andere kinderen om hen heen, de gezinssituatie en door andere mensen uit de omgeving van het kind.Al deze factoren beïnvloeden in onderlinge wisselwerking de ontwikkeling van een kind. De verhouding tussen de hoeveelheid ongunstige en gunstige factoren bepaalt de mate waarin ouders de situatie aankunnen. In hoeverre zijn zij opgewassen tegen de taken waar zij voor staan? Dat is de verhouding tussen de draaglast en de draagkracht van ouders.Mensen uit de omgeving van ouders kunnen een bron van steun zijn, maar ook een bron van stress. Beschuldigende vooroordelen zijn meestal een bron van stress voor ouders en verminderen de mate waarin ouders het gevoel hebben de opvoedingssituatie aan te kunnen.Huilbaby's huilen niet 'gewoon'De suggestie van de omgeving is maar al te gauw dat je het kind 'gewoon' rustig in zijn bedje moet leggen. Dat je 'gewoon' wat meer regelmaat moet introduceren, of het kindje 'gewoon' moet laten huilen.Welnu, huilbaby's huilen niet 'gewoon'. Ik zou mensen met vooroordelen graag eens uitnodigen om te luisteren naar het verschil tussen het huilen van een gewone baby en het huilen van een huilbaby. Een gewone baby huilt jengelend tegen de slaap, om even later tevreden in slaap te vallen. Een huilbaby daarentegen huilt ontroostbaar, balt zijn vuistjes, overstrekt zich, en reageert schrikachtig met zijn armpjes.Wat is er aan de hand?Baby's kunnen alleen communiceren door middel van non-verbaal gedrag, waaronder geluidjes maken en huilen. Het is een biologische intuïtie van ouders om te reageren op ontroostbaar huilen van een baby: het heeft een duidelijke alarm-functie. En dat is maar goed ook.Een baby kan zijn ouders niets vertellen op een andere manier. Dus elke keer ben je weer wakker, je rust zelf nooit meer. Ouders willen dolgraag weten wat er aan de hand is: waarom huilt hun kindje zo?SlaaptekortWanneer ouders een huilbaby hebben, dan kan dat betekenen dat zij zelf slechts rond de vier slaap per etmaal krijgen, en nog onderbroken ook. Dan is het een overlevingstocht om dat maanden vol te houden. Hoe doe je dat als je allebei werkt? Of als er nog meer kinderen thuis zijn overdag, die ook aandacht nodig hebben? Wanneer haal je die slaap in?Op den duur hebben ouders van een huilbaby nergens meer tijd en energie voor. En wat dacht je wat: bij een ziekenhuisopname van een huilbaby (na 3 maanden) constateert men dan dat de huilbaby een ouder heeft die overbelast is. Vreemd? Welnee. Wel vreemd is het dat daaruit soms de conclusie wordt getrokken dat een kindje een huilbaby wordt doordat het een overbelaste ouder heeft. Een huilbaby leidt tot een overbelaste ouder, die daardoor weer minder goed kan reageren op de baby.Gevolg ten onrechte gezien als oorzaakWanneer je na 2 of 3 maanden in zo'n gezin komt observeren, dan is het niet zo vreemd dat rust en regelmaat ontbreken. Het is dus wel van belang om onderscheid te maken tussen oorzaken en gevolgen. Leidde het ontbreken van rust en regelmaat tot een huilbaby of is het andersom: leidt een huilbaby tot het ontbreken van rust en regelmaat?Een huilbaby vergt zo'n intensieve verzorging, dat ouders tijd en energie te kort komen, waardoor vaak het hele gezinsleven ontregeld wordt. Kortom: vooraf oordelen 'buiten de deur' is te vergelijken met een rechter die oordeelt zonder de stukken gelezen te hebben.Advies op maatMijn hartekreet luidt: laten we huilbaby's serieus nemen en proberen te zoeken naar een behandel-advies op grond van een juiste diagnose, in plaats van algemene vooroordelen. Algemene adviezen helpen niet, omdat ze te weinig afgestemd zijn op de situatie. Ik pleit voor advies op maat, passend bij het unieke kind in die opvoedingssituatie.Huilbaby's en hun ouders mogen we niet in de kou laten staan. Steun hebben ze hard nodig. Steun kan leiden tot een oplossing. Beschuldigingen leveren alleen maar meer stress op, wat eerder ongunstig zal zijn voor het gezin. Daar is een huilbaby zeker niet bij gebaat.PreventiePreventie van kindermishandeling (zoals het 'shaken baby syndroom') en van hechtingsstoornissen begint naar mijn idee bij het bespreekbaar maken van problemen. Het is belangrijk dat professionele hulpverleners werken vanuit een open houding en niet vanuit algemene vooroordelen.Daarom pleit ik voor een breder hulpverleningsperspectief. Niet alleen gericht op de opvoeding, en ook niet alleen gericht op de lichamelijke ontwikkeling van het kind, maar mede gericht op de psycho-sociale ontwikkeling van het kind en de verhouding van draaglast en draagkracht van ouders. Het komt nu vaak voor dat ouders naar huis gestuurd worden met algemene en zelfs tegenstrijdige adviezen van huisarts, kinderarts en (wijk)verpleegkundige. Hoe ouders dat dan moeten uitvoeren en volhouden, vertellen ze er niet bij.Informatie en praktische ondersteuningOuders hebben behoefte aan informatie over mogelijke oorzaken van het huilen en over het uitsluiten van lichamelijke oorzaken. Daarnaast hebben zij behoefte aan een vast aanspreekpunt, iemand die hen begeleidt en de vinger aan de pols houdt. Totdat zij het gevoel hebben de situatie weer helemaal zelf aan te kunnen. In veel gevallen kan het bijhouden van een huildagboek al volstaan, samen met het bespreken van de aanpak waarvan rust en regelmaat onderdeel kunnen zijn.Bij de meeste huilbaby's komt er een oplossing binnen 3 maanden, bij een overig deel binnen 6 maanden, en slechts in enkele gevallen blijft het slaapprobleem bestaan na 6 maanden.Ondertussen kan de draagkracht van ouders op peil gehouden worden met praktische ondersteuning in het huishouden en voor de verzorging van de andere kinderen. Of door ouders de kans te geven slaap in te halen. Familie en bekenden kunnen hierbij een rol spelen, maar in sommige gevallen kan men ook hulpverlening inzetten.Waarom huilt een huilbaby?Adviezen van hulpverleners moeten aansluiten bij de specifieke situatie, afhankelijk van de oorzaak van het bovenmatig huilen. Ouders zijn niet geholpen met een algemeen verhaal over rust en regelmaat alleen. Er moet dus ook gekeken worden naar mogelijke andere oorzaken van een huilbaby. Bijvoorbeeld:stress-factoren tijdens de zwangerschap, bij de bevalling, of tijdens een couveuse-periode;verlatings-angst door ziekenhuisopname;een moeilijke start (prematuur, dysmatuur, etc.);temperament;onrijpe darmen;reflux;een liesbreuk;spruw;allergie;het Kiss-syndroom (beknelde zenuw door de bevalling);een infectie;overige lichamelijke of geestelijke stoornissen (waaronder handicaps, stoornissen in de hersenen; stoornissen in de hormoon-afgifte, etc.);Eigen ervaringZelf ben ik moeder van twee zonen, inmiddels 5 en bijna 7 jaar. Mijn oudste zoon was een gemakkelijke, zeer tevreden baby die bijna nooit huilde, behalve wanneer hij ziek was. Hij dronk en sliep prima. Beide zonen bood ik rust en regelmaat en reinheid. Na elke voeding, de verzorging en het knuffelen, legde ik beide zonen in hun eigen bedje, wanneer ze moe werden.Mijn jongste zoon was een huilbaby. Hij was dysmatuur bij de geboorte: een te licht geboorte-gewicht na 39 weken. Ondanks mijn gezonde levensstijl had hij de zwangerschap nauwelijks overleefd vanwege een slecht functionerende placenta. In de couveuse was hij zeer zwak en sloom en leek zijn leven kritiek. Hij dronk heel slecht. Hij kreeg sonde-voeding, een ruggenprik en elke dag vijf hielprikjes in hieltjes zo dun als een vingertopje! Het infuus werd pas verwisseld wanneer zijn dunne armpjes twee keer zo dik opgezwollen waren van ellende. 's Nachts brandde er altijd gedempt licht op de couveuse-afdeling en voortdurend waren er geluiden van apparatuur, verpleegkundigen en ouders.Ik vind het niet vreemd dat zo'n baby veel stress ervaren heeft. Voor hem was het puur overleven.Daarnaast heeft hij tijdens de laatste maanden van de zwangerschap een tekort aan voedingsstoffen gehad, waaronder bepaalde vetzuren die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Daardoor heeft hij waarschijnlijk een slaapstoornis ontwikkeld. Dit ontdekte ik pas veel later, na jaren eigen speurwerk.Ontroostbaar verdrietNa 14 dagen kwam hij thuis. Dag en nacht was hij gespannen en ontroostbaar. Hij dronk nog steeds slecht. Na elke voeding begon hij na een kwartier te huilen. Hij jengelde zich niet in slaap, maar huilde zich over zijn toeren. Alleen troosten hielp. Na veel geduld viel hij dan eindelijk in slaap, waarna hij binnen een half uur weer huilend wakker schrok, ondanks dat hij boven bleef op zijn kamer. We zorgden voor zoveel mogelijk rust. Maar we zochten ook naar oplossingen.Eerst hij slapen, dan wijAls je je kind laat doorhuilen, kan je kind onveilig gehecht raken. Met alle negatieve gevolgen voor zijn ontwikkeling van dien. Als orthopedagoge wist ik dat, en daarom stelden we onze eigen rust niet voorop.Ik koos voor het lange-termijn-doel: een veilige hechting van mijn kind. Dus: troost bieden, rust en regelmaat bieden, afgestemd op zijn mogelijkheden, en prikkels uit de omgeving beperken.Het was een lange, zware weg. Beetje voor beetje, stapje voor stapje, werd onze zoon meer ontspannen. Eerst overdag, later ook 's nachts. Na een jaar huilde hij ons nog elk uur 's nachts wakker, maar jaar na jaar werd het slapen beter.Volgens de neuroloog heeft onze zoon een slaapstoornis, die meestal samengaat met een angst- en paniekstoornis door de stofwisseling in de hersenen. Hier kan hij mogelijk overheen groeien, na jaren. Maar verder is het wél een veilig gehechte, vrolijke jongen die zich goed ontwikkelt.Onveilige hechtingBevestiging en herkenning vond ik in een verslag van een onderzoek naar huilbaby's door dr. D. van den Boom. Zij verrichtte onderzoek in de jaren '90 en uit haar onderzoek blijkt dat 70% van de huilbaby's na een jaar angstig gehecht is, omdat de ouders de neiging hebben zich steeds meer van een huilbaby af te keren. Huilbaby's blijken prikkelgevoelige kinderen te zijn, die snel van slag zijn en onvoorspelbaar reageren. Dat vergt extra veel van ouders.Haar onderzoek toonde aan dat extra begeleiding voor ouders effectief is. Daarnaast blijkt dat baby's troost nodig hebben, afgestemd op hun eigen specifieke behoeften. Tevens is continuïteit in de zorg van belang (dus niet te snel wisselen van aanpak), net als rust en regelmaat en het beperken van te veel prikkels.Voor sommige baby's en kinderen is doorslapen niet vanzelfsprekend, maar een leerproces dat tijd kost, en geduld en energie vergt van de ouders. Begrip en steun vanuit de omgeving is daarbij onontbeerlijk.

conflicten tussen kinderen: In gesprek gaan met ouders.


Kinderen spelen samen, ze botsen en verzoenen weer, dat zijn dagelijkse gebeurtenissen in kindercentra. Botsingen zijn belangrijke, maar soms ook lastige momenten. Lastig ook vaak om met de ouders te bespreken. Hoe denken ouders over het omgaan met botsingen van kinderen? En hoe kun je als begeleid(st)er hierover met hen communiceren? Dit is het laatste in een reeks van vier artikelen.Ouders willen dat hun kinderen respectvolle volwassenen worden, die rekening houden met anderen en kunnen omgaan met regels. Wat doen ouders bij conflicten tussen kinderen? Welke aanpak hanteren ze? En wat willen ze daarmee bereiken? In het onderzoek ‘Kijken, kijken, kijken. Samen spelen, botsen en verzoenen’ vertellen moeders – na het zien van een videofragment – hoe zij zouden reageren in een conflictsituatie tussen kinderen die escaleerde in slaan en schoppen en eindigde met een hard huilend jongetje. De leidster had niets gezien en kwam op de kinderen af op het moment dat zij het jongetje hoorde huilen.
Reactie van een moeder:
‘Waarom doet de leidster niets?Schoppen en slaan mag echt niet van mij.Wat ik zou doen , ik zou ze uit elkaar halen. Ik zou ze in een stoel apart zetten, na een kwartier of later mogen ze weer samen gaan spelen. Daarna zou ik uitleg geven aan de kinderen en de kinderen om uitleg vragen. Wat ik daarmee wil bereiken, is dat ze gaan nadenken over wat ze hebben gedaan. Ik vind het uitleg geven belangrijk want anders denken de kinderen dat het goed is wat ze hebben gedaan. En omdat ze anders niet weten waarom ze straf krijgen.
’Nog een moeder:‘
Ik ben het er niet mee eens dat de leidster alleen ingaat op het jongentje dat aan het huilen is. Wanneer je alleen het slachtoffer gaat troosten, dan creëer je haatgevoelens in het groepje kinderen. Zij zien dat de leidster het kind troost, aandacht geeft, knuffelt en optilt, dat creëert jaloezie bij die kinderen. Ik vind dat ze alle kinderen aandacht moet geven en betrekken. Dus niet alleen het slachtoffer, maar ook de daders, want dan weten ze dat ze ook als persoon iets waard zijn en anders begrijpen ze het niet.’ De eerste moeder in dit voorbeeld zou eerder ingrijpen in het conflict dan de leidster in de video deed. Zij zou de kinderen uit elkaar halen en uitleggen waarom ze dit gedrag niet goed vindt. Daarna zou ze met de kinderen praten en om uitleg vragen. Zij hanteert verschillende rollen: de ‘beschermster’ die veiligheid biedt aan de kinderen door ze uit elkaar te halen en de ‘baas’ die vriendelijk stuurt door uitleg te geven over de regels. Deze rollen bij het omgaan met botsing worden uitgelegd in artikel 3 van deze serie (Kiddo 1-2006, p. 5).De tweede moeder in dit voorbeeld bekijkt het hele groepje kinderen. Zij vindt dat alle kinderen – slachtoffers én daders – aandacht moeten krijgen en uiteindelijk weer samen moeten spelen. Zij gebruikt de rol van de beschermster door álle kinderen veiligheid te bieden. In de rol van de bemiddelaarster gaat zij in op de emoties van alle kinderen, zij ‘tovert met gevoelens’ en wil daarmee bereiken dat ieder kind zich gezien en gewaardeerd voelt.
Ouders als bemiddelaars
Een ander voorbeeld uit het onderzoek laat zien wat ouders doen in een conflict over een autootje. Dit videofragment toont Jim die speelt met een brandweerauto en Otto die veel en langdurige pogingen doet om ook een keer met de auto te mogen spelen. Een moeder reageert:‘Ik zou wachten tot een van hen naar mij toe zou komen. Ik zou niet meteen de auto hebben gegeven. Ik zou aan het kind vragen “Ik weet dat het jouw auto is, maar mag hij straks ook met jouw auto spelen?” Ik wil dat ze ook leren voor zichzelf op te komen. De ene heeft iets van ‘Nee het is mijn auto en je krijgt hem niet.” De andere moet toch leren geduld te hebben.’Een andere moeder zegt:‘Als ik aan het kind zou merken dat hij het echt niet leuk vindt, zou ik wel proberen te bemiddelen. Dan zou ik met zijn allen naar een oplossing zoeken. En als ik daar bij zou moeten zitten dan zou ik dat wel even doen.Waarom? Ik wil graag dat ze leren dat het ook anders kan. Dat ze leren dat ook een kind dat vaak toegeeft, niet altijd zal toegeven en dat je dan zelf naar iets anders moet zoeken. Ze moeten leren dat ze niet altijd de baas kunnen spelen over andere kinderen.’Nog een reactie van een moeder:‘Ik zou tegen dat jongetje zeggen: “Mag hij er ook mee spelen?” Ik heb daar respect voor, dat een kind zo lief en rustig blijft vragen of hij er ook mee mag spelen. ‘Ik heb medelijden met dat kind, hij achtervolgt hem al een hele poos, zonder gewelddadig te zijn eigenlijk. En als dat jongetje er ook mee mag spelen dan kunnen ze samen spelen. Waarom ik dit zou doen? Kinderen moeten leren delen en samen spelen.’Alle moeders in het onderzoek leggen bij deze situatie van schoppen en slaan de nadruk op het leren van regels, van waarden en normen. Alle moeders hanteren ook de bemiddelende rol. Maar ze doen dit met verschillende pedagogische doelen: om te leren dat iets niet mag; om zelf conflicten op te lossen; om samen te spelen en empathie te ontwikkelen; om te leren voor zichzelf op te komen; om te leren iets negatiefs te verdragen en geduld te hebben.
Beeldvroming:
Wat is er opmerkelijk aan deze bevindingen? Vaak kijken we – als het gaat om de opvoeding door ouders – eerder naar de verschillen tussen onszelf en de ouders dan naar de overeenkomsten. Dit kan leiden tot eenzijdige beeldvorming, veralgemeningen en vooroordelen. Of het nu om moslims gaat, om hoogopgeleide tweeverdieners of alleenstaande ouders, de leden van zo’n groep worden makkelijk over één kam geschoren. Van één enkele gebeurtenis met personen uit een bepaalde groep stap je over op een conclusie over de hele groep.
Beeldvorming kan je in de weg zitten als je een gesprek wilt aangaan met ouders. Wat je kan helpen is eerst te kijken naar de overeenkomsten tussen de ouder en jezelf, in plaats van naar de verschillen. Probeer ook elke ouder als een uniek individu te zien, en niet als deel van een bepaalde groep. Een voorbeeld.Tako is deze week voor de tweede keer behoorlijk gebeten door een kind in je groep. Aan het einde van de dag bij het ophalen vertel je aan Tako’s moeder wat er is gebeurd: dat jij zodra je de botsing zag, erop af ging, Tako hebt getroost, dat je daarna Jordy die beet apart hebt genomen en daarna met beide kinderen samen bent gaan spelen om te voorkomen dat Tako bang wordt voor Jordy. Je hebt dus alle leidstersrollen gehanteerd bij het omgaan met conflicten: de beschermster (veiligheid voor Tako en troost), de baas (duidelijkheid van regels ‘elkaar geen pijn doen’) en bemiddelaar (weer samen spelen).De moeder reageert boos en verontwaardigd. Het is al de tweede keer deze week. Had jij als leidster niet beter kunnen opletten? Is Tako wel veilig in het kindercentrum? Het is niet makkelijk om zo’n reactie open en onbevooroordeeld te ontvangen. Probeer eens te kijken naar de overeenkomsten tussen de moeder en jou. Jullie willen beiden dat Tako in een veilige, plezierige omgeving speelt in het kindercentrum, maar hoe bereik je dat? Vraag eens advies aan de moeder. Hoe zou zij dit aanpakken als zij zo’n botsing thuis meemaakte tussen Tako en een vriendje? Je spreekt hiermee de moeder aan op haar opvoedingsdeskundigheid en op het feit dat zij Tako het beste kent. In de rollenspellen die we in de training ‘Samen spelen, botsen en verzoenen’ deden, werkte deze aanpak vaak verrassend: er komt een echt gesprek op gang, de ouder voelt zich serieus genomen en denkt mee. En zo ben je bezig met het maken van gezamenlijkheid tussen de ouder en jou. Net zoals je ‘samen maakt’ met de kinderen in je groep.
In gesprek met ouders
Vraag ouders om informatie en vraag hun mening over de opvoeding van het kind. Elke ouder is anders en heeft een eigen aanpak. Vaak vullen we al in wat de ouder vindt of doet, zonder het expliciet te hebben gevraagd. Zie de ouder als individu en niet als onderdeel van een groep. Als je bijvoorbeeld iets weet over de pedagogische aanpak van één Marokkaanse moeder , maak het dan niet te snel algemeen, want dat kan leiden tot misverstanden en vooroordelen. Begin met kijken naar overeenkomsten tussen jou en ouders, in opvoedingsdoelen en in pedagogische aanpak. De belangrijkste overeenkomst is dat jullie allebei het kind. Van daaruit kun je kijken naar de onderlinge verschillen. Je ziet dan vaak dat je hetzelfde wilt bereiken als de ouder, alleen op een andere manier.


lichaamstaal bij babys


Ons eerste contactHet eerste contact met de wereld hebben we al voor onze geboorte. Deze tijd tellen we meestal niet mee als we onze leeftijd noemen, maar toch waren we er al. Vrouwen en mannen die in blijde verwachting zijn weten dit maar al te goed. De baarmoeder omhulde ons met een warme beschermende aanraking. Als we in de in de laatste weken van de zwangerschap onze aanwezigheid al schoppend lieten blijken, kon onze moeder ons soms al tot rust brengen door - door haar eigen huid heen - over onze rug te strijken. We reageerden dus al voor dat we geboren waren op het contact van buiten. Ook geluiden zoals de hartslag, de ademhaling en de stem van de moeder kalmeerden ons. Vanaf het allereerste begin communiceren we dus. Ook na onze geboorte is contact, in het begin vooral aanraking, belangrijk. Vroeger werd een baby meteen bij de moeder weggehaald om te worden gewassen en gewogen. We zien tegenwoordig beter in, dat lichaamscontact absoluut noodzakelijk is voor de gezondheid van de baby. De baby wordt nu dan ook direct na de geboorte, even op de buik van de moeder gelegd.Huilen, lachen, zuigen, spartelen......communicerenVoor een pasgeborene is lichaamstaal de eerste en enige manier van communiceren. Het kindje kan namelijk nog geen gebruik maken van woorden en zinnen om zijn behoeftes te verduidelijken. Daarom drukt het zich uit door middel van huilen, lachen, zuigen, spartelen en bewegen van zijn armpjes. In korte tijd leert de moeder deze lichaamstaal van haar baby goed kennen. Voor een buitenstaander is er bijvoorbeeld geen verschil te bemerken tussen de ene en de andere manier van huilen van de baby, maar een moeder herkent feilloos aan de manier van huilen of haar baby eten wil of andere aandacht nodig heeft.En de vader dan? Zul je je misschien afvragen. We vinden het in deze tijd toch immers belangrijk om vader en moeder in gelijke mate te betrekken bij de verzorging van het kind? Dat is zo, maar toch hebben vrouwen van nature een veel fijner gevoel voor de lichaamstaal van hun baby. Een vader kan nog wel eens door het huilen van zijn kroost heen slapen, maar dat zal de moeder niet zo snel overkomen. (helaas mannen, beter oefenen! :-) In de eerste weken zijn nabijheid, lichaamscontact, lichaamsverzorging en geven van voeding de voornaamste manieren van communiceren en hierbij hebben zowel vader als moeder een rol.De eerste glimlachNa zo'n vier weken begint de baby al te glimlachen. Dit maakt de ouders blij en moedigt hen aan tot nog meer knuffelen en geven van aandacht. Zelfs op deze leeftijd zorgt onze glimlach er dus al voor dat we iets voor elkaar krijgen. De glimlach blijft ook in ons verdere leven een zeer belangrijk communicatiemiddel.Veel mensen denken dat de baby leert glimlachen door hun eigen breed glimlachende gezichten na te doen, maar dat is niet zo. Glimlachen is een aangeboren reactie en baby's zullen gaan glimlachen, ongeacht wat hun moeders wel of niet doen. We weten dit zeker omdat zelfs blind geboren baby's, die de gezichten van hun moeders nooit kunnen zien, automatisch beginnen te glimlachen wanneer zij de leeftijd van vier weken bereiken.Aangeboren lichaamstaalEvenals de glimlach is veel lichaamstaal aangeboren. De mimiek bijvoorbeeld, die we gebruiken om boosheid, angst, vreugde, verdriet en verbazing uit te drukken, is aangeboren en overal in de wereld gelijk. Sommige aangeboren lichaamstekens krijgen later in ons leven een andere betekenis. Zo stamt volgens Desmond Morris het tuiten van de lippen bij de liefdeskus af van de zuigreflex van baby's. Het ja knikken en nee schudden waarmee we als volwassene instemming en ontkenning aanduiden, wordt door deze schrijver benoemd als overblijfsel van respectievelijk zoeken naar en afwijzen van de moederlijke borst. Dit laatste kan echter in twijfel getrokken worden wanneer we zien dat in sommige landen het schudden en knikken van het hoofd een precies tegenovergestelde betekenis heeft.Aangeleerde lichaamstaalEr bestaat ook lichaamstaal die op heel jonge leeftijd wordt aangeleerd. Niet alleen de moeder leert de lichaamstaal van de baby kennen, ook de baby zelf ondergaat al vanaf het begin een leerproces. Zo bemerkt hij bijvoorbeeld het effect van zijn huilen en lachen, waardoor hij dit meer of minder; harder of zachter zal gaan doen. Sommige ouders denken nog dat je het huilgedrag van een baby het best kunt doen verminderen door hem even te laten doorhuilen. Het effect is echter vaak alleen dat de baby steeds harder gaat huilen. Het is beter om de gevraagde aandacht wel te geven en het is eigenlijk nauwelijks mogelijk om een pasgeboren baby te veel te verwennen.Als de baby iets groter is zal hij ook dankbaar gebruik willen maken van het effect van zijn huilen, als hij zijn zin niet krijgt. In bijzijn van zijn ouders laat hij zijn gevoelens zelfs zonder geluid blijken: de bekende pruillip. Daarbij verschijnen de eerste plooien op het gladde huidje. De ouders die dit gedrag wel herkennen, lachen er alleen om, en het verwachtte effect blijft uit. jammer dat de baby ook nog niet beseft hoeveel anti-rimpel-crème er op latere leeftijd nodig is, om de rimpels die nu ontstaan weer weg te werken.Een heel kleine baby immiteert de ouders nog niet, maar iets later zal hij al beginnen met het nabrabbelen van de geluiden die de ouderen maken en hun bewegingen gaan nadoen. Aan de andere kant zullen ouders onbewust gedrag vertonen waarvan het zinvol is dat de baby het na doet. Je kunt bijvoorbeeld een volwassene die een kind voedt, zelf hapbewegingen zien maken als deze een fles of een lepeltje naar het mondje van het kind brengt. Dit gaat volslagen onbewust en dit kan een komisch gezicht zijn voor anderen die er naar kijken. Aangeleerde lichaamstaal kan verschillen per cultuur en zo ook de gebruiken rondom de verzorging. In veel landen is het nog volkomen normaal dat een moeder het eten voorkauwt voor haar kind. Mensen in het westen vinden dit soms een vies gebruik.

Bijten en Slaan. Een kijkje in het kinderdagverblijf


Overal om ons heen ligt duplo, waarmee de kinderen ijverig bouwen. Op de achtergrond hoor je kinderliedjes, waar Adje om heeft gevraagd. Op mijn schoot zit Koentje (een jongetje van twaalf maanden). Hij trekt de blokken, die ik steeds in elkaar zet, weer uit elkaar, waarop ik verbaast: "Ooooh," roep en hem kietel. Dikke pret dus. Plots kruipt hij van mijn schoot rechtstreeks naar Elza, die daar al even zit met wat keukenspulletjes, en bijt haar zo in de wang. Recht onder mijn neus!Mijn eerste schrikreactie is willen slaan, terwijl ik hem van Elza (die ook pas twaalf maanden is) aftrek. Mijn hand die ik al opgeheven heb, zakt weer omlaag. Ik kruip naar Elza, pak haar opschoot en tik dán heel bewust Koentje op zijn handje: "Nee Koentje, dat mag niet, nee..." en ik kijk hem ook boos aan. Ik weet even niet wat ik anders moet doen. Hij moet weten dat bijten écht niet mag en ik weet op dat moment geen betere manier om bij hem binnen te dringen, woorden helpen immers niet.Koentje huilt van dit alles, maar nog voor Loesje (zusje) Koentje kan troosten is zijn verdriet/schrik al over. Koentje kijkt ons boos aan terwijl zuslief de armen om hem heen slaat en tegen mij zegt: "Niette Koentje slaan."Op de wang van de hard huilende Elza leg ik een koud nat washandje en probeer haar te troosten. Dit is dus de tweede keer vandaag dat Koentje in dezelfde wang bijt. Elza's wang was al rood en dik en je zag de tandjes er al in staan, nu is hij vuurrood en heeft Koentje er zelfs een beetje doorheen gebeten.Maar dan even later, valt Koentje plots Kasje (een jochie van zeventien maanden) aan en wil hem bij zijn haren naar hem toe trekken, maar Kas gaat gauw staan, waardoor de aanval mislukt. Wél geeft me dit te denken. Die tik heeft geen enkel nut gehad.Tien minuten later komt de moeder van Koentje en Loesje binnen. Ik zit nog met Elza op schoot tussen de lego en de kinderen. Ik vertel de moeder wat er gebeurd is en ze ziet ook de wang van Elza. Moeder schrikt er erg van en zegt dat ze nog niet heeft meegemaakt dat Koentje bijt en nu vandaag twee keer. Ook zeg ik haar dat ik Koentje een tik op zijn handje heb gegeven, omdat ik niet anders had geweten wat te moeten doen.Dan komt ook de moeder van Elza binnen. Ik verontschuldig mij bij de moeder van Koentje en ga met Elza naar haar moeder. Moeder schrikt hevig van Elza's wang en ik vertel wat er zojuist gebeurd is zonder namen te noemen. Moeder begrijpt niet goed hoe een kind haar kind zoiets aan kan doen, ook al is het bijtende kindje net zo oud als Elza. Ik vertel de moeder dat ik er bovenop zat toen het gebeurde, dat dit bijten zelfs mij volledig verraste en het ook de spelende Elza had verrast. Moeder vindt het heel erg en wil toch graag weten wie het heeft gedaan. En dus vertel ik haar dat het Koentje geweest is, want daar heeft ze recht op. Dit geeft enigszins wat geruststelling nu ze ook een voorstelling kan maken.Meerdere ouders komen binnen en willen horen hoe de dag gegaan is, dus mijn aandacht brokkelt alle kanten op en ineens is de moeder van Loesje en Koentje verdwenen terwijl het gesprek hierover nog niet af is voor mijn gevoel. Hier moet ik volgende keer nog op terug komen.Nog voor ik naar huis ga kom ik Petra tegen, die naar de vergadering moet. Zij is een van de vaste pedagogisch medewerksters van deze groep. Ook zij moet van het hele gebeuren op de hoogte zijn vind ik. Zeker als er nog vragen of reacties van de ouders mochten komen. Dus ik vertel Petra wat er allemaal is gebeurd. Dat ik een tik heb uitgedeeld terwijl je niet mag slaan; dat ik aan de moeder van Loesje en Koentje dit gemeld heb; dat ik dacht dat het gesprek hierover nog niet af was; dat ik niet aan de moeder van Elza heb durven vertellen dat Koentje twee keer die dag in de wang gebeten heeft én dat ik moet concluderen dat ook de tik niet geholpen heeft dus......ik alleen diep beschaamd erover achterblijf.......Ik had het recht niet.


Bron: De volkskrant

Muziek maakt slim.



Muziek maken is niet alleen leuk, maar bovendien hebben wetenschappelijke onderzoeken bewezen dat het een zeer belangrijke invloed heeft op zowel de intelligentie als de sociale vaardigheden van kinderen. Door zelf muziek te maken wordt het intelligentiequotiënt van kinderen verhoogd en vooral het abstractievermogen en het analytisch denken sterk verbeterd. Het gezamenlijk musiceren versterkt daarbij het groepsgevoel en de discipline, evenals de sociale en emotionele vaardigheden. Bovendien leidt dit tot een positiever zelfbeeld.Hoe komt dit?Uit hersenonderzoeken is gebleken, dat bij musicerende kinderen de rechter hersenhelft (gevoelstoestand) en de linker hersenhelft (spraak en intellect) sterker met elkaar verbonden raken dan bij niet-musicerende kinderen. Deze resultaten ontstaan, doordat muziek maken een positieve en stimulerende werking heeft op de neuronale verbindingen. De neuronen worden geactiveerd waardoor er minder afsterven en er betere verbindingen ontstaan -zij vormen uiteindelijk het totaal van de intelligentieWe kunnen concluderen dat muziek maken, naast ontspanning en plezier, ook een belangrijke positieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van kinderen en daarmee aan onze toekomstige maatschappij. Wetenschappers dringen er al jaren op aan om deze conclusies mee te nemen bij de opvoeding en het onderwijsbeleid.Bron: http://www.peuterplace.nl/

maandag 12 oktober 2009

broekplassen

Broekplassen

We spreken van
broekplassen
wanneer uw kind
auder dan vier
jaar is en
overdag
enkele
druppels in de
onderbroek doet of
zijn volledige plas
laat lopen. Uw
kind vindt een natte
broek minstens zo
vervelend als u,
probeer daarom
niet boos te
worden. Uw kind
kan er namelijk
niets aan doen.
Drie en vierjarigen
plassen nog
geregeld in hun
broek, zelfs bij vijf
en zes jarigen komt het nogal eens voor (op
school liggen dan ook reservebroekjes). In
deze folder vindt u een aantal oorzaken van
broekplassen en adviezen om het
broekplassen bij uw kind aan te pakken.


Oorzaken van broekplassen
Kinderen plassen vooral in hun broek als ze
nerveus of opgewonden zijn. Bijvoorbeeld op
een verjaardagspartijtje, als u samen naar de
tandarts gaat of bij een andere spannende
gebeurtenis (het zijn juist momenten dat het u
slecht uitkomt en het vraagt heel wat om dan
rustig te blijven!)


Veel kinderen zijn zo in hun spel verdiept, dat
ze het gevoel van hun volle blaas negeren.
Ze plassen tijdens het spelen in hun broek of
ze gaan pas naar de wc als er een paar
druppels in hun broek zitten. Of ze willen zo
snel weer doorspelen dat ze in de haast niet
goed uitgeplast hebben. Het kan ook dat ze
zoveel plezier hebben, dat ze het in hun
broek doen van het lachen.


Er kunnen lichamelijke oorzaken zijn van
brbekplassen. Als een kind een kleine
blaas(inhoud) heeft moet het vaak achter
elkaar plassen, om het half uur bijvoorbeeld.
Vermoeidheid kan dan ongelukjes geven.
Een andere lichamelijke oorzaak van
broekplassen kan een urineweginfectie zijn.
Verder plassen kinderen die moeite hebben
met de ontlasting ook vaker in hun broek. Bij
twijfel of klachten is het aan te raden uw
huisarts te raadplegen.


Aanpak van broekplassen

Het is belangrijk dat u op een positieve
manier werkt aan het broekplassen. Geef
daarom geen aandacht aan hoe lastig een
natte broek is. Maak geen opmerkingen zoals
'je bent een klein kind als je nog in je broek
plast' .
Positief benaderen betekent: prijs uw kind als
het droog is. Beloon goede resultaten.
Spreek samen af welke beloning uw kind
verdient voor een droge dag en geef de
beloning zo snel mogelijk nadat het deze
verdiend heeft. Droge dagen kunt u samen
noteren op een (zelfgemaakte) kalender. Uw
kind zelf een sticker laten plakken werkt
stimulerend. Verder kunt u een schema
opstellen om uw kind-op vaste tijden een plas
te laten doen. Laat uw kind om de 2 à 3 uur
rustig, zonodig zittend, goed uitplassen.


Zo'n
schema kan er als volgt uitzien:
bij het opstaan;
voor het naar school gaan;
in het speelkwartier;
tussen de middag bij het thuiskomen en
voor het naar school gaan;
bij het 's middags uit school komen;
voor het avondeten;
voor het naar bed gaan.
Als het goed gaat, kunt u de tussenpozen
steeds wat groter maken.
Als er na een paar weken geen verbetering
optreedt of u heeft nog vragen, kunt u contact
opnemen met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige
van uw kind.
Zij zijn te bereiken via de afdeling Jeugdgezondheidszorg.
U kunt uiteraard ook naar uw huisarts gaan.

bron: http://www.ggd.net/pool/gezondheidspublicaties/broekplassen-GGDWB.pdf

vrijdag 16 januari 2009

Brede school...








Brede school komt eraan

HAAKSBERGEN - Woningcorporatie Domijn verwacht eind dit jaar duidelijkheid over het aantal deelnemers aan de brede school en het voorzieningencentrum in het toekomstige uitbreidingsplan Wissinkbrink.Wie er precies allemaal zullen 'aanhaken', kan locatiedirecteur Ineke Buursink van Domijn in dit stadium nog niet zeggen.Er lopen onderhandelingen met tal van mogelijke partners in het voorzieningencluster, waaronder 't Iemenschoer. De welzijnsstichting kan in het voorzieningencentrum activiteiten en cursussen ontplooien. "Het centrum moet uitgroeien tot een ontmoetingsplek voor de hele buurt", zegt Buursink. Er is in totaal 400 tot 500 vierkante meter voor beschikbaar. Een aantal van de ruimtes is multifunctioneel. Andere partners zijn Livio (naast ouder- en kindzorg onder meer ook met een consultatiebureau), de huisartsen en fysiotherapeuten. De componenten wonen, welzijn, onderwijs en zorg zullen volgens Buursink in ruime mate zijn vertegenwoordigd.Andere belangrijke componenten zijn de kinderopvang en de peuterspeelzalen. Zowel het peuterwerk als de tussen- en buitenschoolse kinderopvang valt straks in de Wissinkbrink onder de vleugels van de Stichting Kinderopvang Enschede (SKE). "Onze natuurlijke partner. Zij hebben een jaar geleden al te kennen gegeven dat ze meer kindplaatsen willen", aldus Buursink. Het totale verhaal moet leiden tot een woonservicezone waar bewoners kunnen ontmoeten, recreëren en leuke dingen doen in de vrije tijd. Haaksbergen is op dit punt proefgemeente. Zodra bekend is wie meedoen, kan het programma van eisen worden opgesteld. Boven de nieuwe school (Los Hoes) komen wellicht woningen.





Bron : http://www.tctubantia.nl/

Evenveel werkende ouders na bezuiniging gastouders

DEN HAAG (ANP) - Jonge moeders zullen niet massaal stoppen met werken als de vergoeding voor opvang door gastouders vanaf 2010 wordt verlaagd. Dat heeft het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag gezegd over de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Sharon Dijksma van Onderwijs.Het CPB komt tot deze conclusie omdat een verruiming van de vergoeding voor opvang door gastouders van twee jaar geleden destijds niet heeft geleid tot meer werkende moeders. Door de verruiming zijn opa's en oma's gaan verdienen op de opvang van kleinkinderen.Volgens het CPB zullen zij niet met de opvang ophouden als de vergoeding omlaag gaat. Staatssecretaris Sharon Dijksma wil de uit de hand lopende kosten voor de kinderopvang beteugelen door de vergoeding voor gastouders te verlagen van ongeveer 6 euro naar 2,50 euro per uur. Het CBP stelt dat ouders twee jaar geleden jaarlijks ongeveer 35 miljoen euro ontvingen voor de opvang door gastouders. Als gevolg van de verruiming van de vergoeding zal dit bij ongewijzigd beleid exploderen tot circa 700 miljoen in 2011, denkt het planbureau.Ondanks de CPB-berekening zeggen veel ouders dat zij minder kunnen gaan werken als de bezuiniging op de gastouderopvang doorgaat. In een enquête in opdracht van het Platform Kwaliteit Gastouderopvang zegt bijna een op de vijf gezinnen dat een van de ouders helemaal zal moeten stoppen. In tegenspraak met de constatering van het CPB zegt bijna 40 procent van de ouders dat zij door de ruimere vergoeding meer zijn gaan werken.

Bron : http://www.tctubantia.nl/algemeen/binnenland/3684620/Evenveel-werkende-ouders-na-bezuiniging-gastouders.ece

woensdag 5 november 2008

Gastles: buitenschoolse opvang..


Liever laat dan nooit.
ik heb mijn gastles wat later op mijn site staan omdat ik niet veel van een weblog maken wat af wist.
ik kreeg het laat door hoe het in elkaar stak.

maar dan ga ik het nu hebben over de gastles: Buitenschoolse opvang.
Mevrouw Diendre Kleine Punt heeft in Afrika gewoont en woont nu 14 jaar in Nederland.
Zeven Bergen in hengelo, zo heet de BSO waar zij werkzaam is.
Deze BSO is geopend vanaf 7:45 tot 17:45

mensen hebben over het algemeen vooroordelen over de BSO en dat de kinderen niet luisteren, brutaal en vervelend zijn.

Mevrouw Diendre Kleine Punt heeft hier een hele andere mening over en vind het hartstikke leuk en zij vind dat er juist alleen maar voordelen zijn.
Voordelen die zij allemaal opnoemde zijn:
- Je hoeft ze niet op te tillen want ze lopen zelf
- Al het meubilair is hoog dus ook handiger voor jezelf als begeleider (geen zere rug etc.)
- De kinderen smeren zelf hun brood
- Luiers hoeft je niet te verschonen
- Als je op een KDV werkt heb je niet veel tijd voor anderen maar op een BSO wel.

Vakantie...!!
Drie weken van te voren maken ze een planning voor het thema dat ze die vakantie gaan doen.
Ze hebben bijvoorbeeld het thema ziekenhuis gedaan en Helloween.
Kinderen zijn heel creatief en ze kwamen met allerlei verschilende soorten plannetjes, die ze konden doen.
Kinderen die op de Zeven bergen zitten mogen ook toneelstukjes opvoeren.
Ze mogen zelf weten waar het overgaat en let dan maar eens op hoe goed kinderen toneel kunnen spelen!!
Uiteraard word dit ook voor de ouders gedaan die dan op een middag na het toneelstuk mogen komen kijken.

Als leidsters de kinderen moeten ophalen word dat lopend gedaan met een oranje hesje aan.
Opweg na de BSO kletsen de kinderen er heel wat van af.
Eenmaal aangekomen bij de BSO krijgen ze wat te drinken en natuurlijk een koekje erbij.

Aan het einde van de presentatie moesten wij een opdracht maken.
De opdracht was: Bedenk een thema die je over een hele week kunt plannen en schrijf op wat je dan per dag gaat doen met de kinderen.
Jose en ik hadden gekozen voor het thema boederij.
Anderen hadden gekozen voor Helloween, Afrika etc.
Ze vond onze thema`s leuk en besloot ze mee te nemen naar de BSO Zeven bergen

Wat is peuterpubertijd?


Wat is peuterpuberteit?De een noemt het de "Ik-ben-2-dus-Ik-zeg-Nee fase", de ander noemt het "terrible two’s", wij noemen het hier peuterpuberteit. Puberteit is kort samengevat een fase waarin een kind grenzen verkent, zich losmaakt en op eigen benen probeert te staan (een eigen identiteit zoekt). In feite maakt je kindje rond 2 jaar zo’n soort fase door. Hij krijgt een eigen willetje en laat dat ook gelden.
Hij merkt dat sommige dingen niet mogen, of geaccepteerd worden door zijn omgeving. Hij merkt dat hij een reactie krijgt op zijn gedrag. Je kind is koppig en heeft regelmatig driftbuien. Het aantal buien neemt af zodra je peuter beter kan praten. Rond 4 jaar is hij heel wat rustiger. Deze fase is positief. Je peuter wordt zelfstandig genoeg om de wereld alleen tegemoet te treden. Hieronder volgen verschillende tips over hoe om te gaan met driftbuien. Natuurlijk is ieder kindje anders van aard en je moet uitvinden wat bij jouw kindje het meest effectief is.


Wat doe ik als mijn peuter koppig is?Als de koppige momenten niet te hevig zijn, kan je hem* het beste negeren. Vaak draait hij dan vanzelf weer bij. Wanneer je kind echt te ver gaat, maak dat dan meteen duidelijk. Blijf consequent en duidelijk, nee is nee. Geef je kind de ruimte om alles zelf te proberen: eten, zijn broekje optrekken, etcetera. Moedig zijn pogingen aan. Dat geeft het kind zelfvertrouwen. Tracht altijd de focus van je aandacht te leggen bij het positief stimuleren (prijs het kind wanneer het iets goed doet) en niet de nadruk te leggen op de negatieve dingen die het kind doet. Leidt het kind af of probeer negatief gedrag om te zetten in positief gedrag, bijvoorbeeld wanneer je kind met speelgoed gooit, zeg dan bijvoorbeeld, ach, het beertje wil niet op de grond, het wil graag voor het raam zitten. Wanneer hij het opraapt en wegzet voor het raam, prijs hem dan. Doe het eventueel samen met je kind, wanneer het protesteert.
Wanneer of waarom wordt mijn peuter driftig?Als hij iets niet mag of kan, moe of ziek is. Ook bij een onbekende situatie of te hoge eisen. Je peuter kan zijn gevoelens nog niet uitleggen en wordt hier heel boos om. Je merkt het onmiddellijk: Hij laat zich op de grond vallen, slaat met zijn armen en/of schopt met zijn benen, of bonkt met zijn hoofd op de grond.
Wat doe ik als mijn peuter driftig is?

Tijdens de bui is je kind moeilijk te kalmeren. Zorg dat hij zichzelf of zijn omgeving niet beschadigt. Bij een driftbui raakt je kind overspoeld door emotie: woede. Hij heeft geen beheersing over zichzelf en doet dingen die hij anders nooit zou doen. Dat is een angstige ervaring. Na afloop kan hij helemaal ontredderd zijn en zich gedragen alsof hij weer een beetje baby is.


Laat hem rustig uitrazen. Bij sommige kinderen werkt beetpakken kalmerend, maar de meeste worden er nog razender van. Andere kindjes kalmeren weer beter door ze even in afzondering te plaatsen.


Schopt hij, slaat hij of gaat hij dingen kapotmaken, stel dan duidelijke grenzen. Geef zeker niet toe. Dat geeft je kind de indruk dat hij met een driftbui iets kan bereiken. Maak duidelijk dat hij aanvaard wordt, maar niet zijn boosheid.


Schud je kind nooit door elkaar om het te kalmeren. Dit helpt niet en kan zelfs gevaarlijk zijn.


Na afloop troosten. In zijn ontredderde toestand kan hij wel wat troost gebruiken, ook al was de aanleiding tot de driftbui een conflict met jou.

Wat moet ik NIET doen als mijn peuter een driftbui heeft?

Het is soms moeilijk om je te beheersen want woede is besmettelijk. Maar wordt zelf niet kwaad en ga niet schreeuwen. Dat zal hem alleen nog woedender te maken.


Ga niet redeneren of tegensputteren. Drift is niet vatbaar voor rede.


Niet straffen, of juist belonen door hem zijn zin te geven. Je moet voorkomen dat een driftbui kan gaan dienen om aandacht te krijgen.


Wanneer je in omstandigheden verkeert dat de driftbui je in verlegenheid kan brengen, ga hem dan niet extra voorzichtig behandelen. Daardoor plaats je je kindje in een machtspositie. Dat is beslist niet goed voor jou of voor hem. Bovendien geeft onduidelijkheid en inconsequentie in regels een onveilig gevoel bij je kind.

Hoe verandert je peuter snel van gedrag?

Leid je kind af. Bij jonge kinderen lukt dit redelijk makkelijk. Gooit je kind in huis met spullen, wijs dan naar iets leuks op tv of in een boekje.


Negeer je kind. Je hoeft niet altijd op alles te reageren. Gebruikt je kind lelijke woorden (die het vaak zelf niet snapt), dan kan je daar maar beter geen aandacht aan schenken. Er wel aandacht aan geven lokt soms nog extra negatief gedrag uit.


Laat je kind de gevolgen van zijn gedrag ondervinden. Is het koud buiten en weigert je kind om handschoenen aan te doen, laat het dan de last ondervinden van het niet-luisteren. Doe dit niet in een gevaarlijke situatie.


Corrigeer het gedrag. Moedig het gewenste gedrag aan. Neemt je kindje iets af van zijn broertje, zeg dan dat het daar eerst om moet vragen.


Beloon of bevestig je kind als het dit goed doet!

bron: http://www.peuterplace.nl/peuter/peuterpuberteit.htm

dinsdag 4 november 2008

overgewicht


De afgelopen 20 jaar is het aantal kinderen met overgewicht verdubbeld. Momenteel is een op de zeven kinderen te zwaar. Bij volwassenen spreken we van serieus overgewicht wanneer het gewicht tenminste 20% boven het ideale gewicht ligt. Maar bij kinderen is het beter om te kijken naar de groeicurves.
Het ontstaan van overgewicht
Soms heeft een kind een erfelijke aanleg waardoor het te zwaar wordt. De meeste mensen met overgewicht hebben het gewone aantal vetcellen, maar deze cellen bevatten meer vet. Maar een groep mensen met overgewicht heeft meer vetcellen dan gemiddeld is. Deze groep mensen hebben vaak al op jonge leeftijd last van overgewicht. Voor deze groep is het moeilijker om af te vallen. Bij het afvallen neemt de hoeveelheid vet in de cellen namelijk wel af, maar het aantal vetcellen neemt niet af.Maar vaak ligt er toch een verkeerd eet- en beweegpatroon ten grondslag aan het overgewicht.
Wanneer een of beide ouders kampen met overgewicht is de kans op overgewicht bij het kind groter. Gedeeltelijk wordt dit bepaald door erfelijkheid. Het kind heeft aanleg om dik te worden. Maar er blijkt ook een aangeboren voorkeur voor zoet te vinden te zijn bij deze kinderen. Naast de erfelijke factor zijn de ouders ook sterk van invloed op het gedrag van het kind. De ouders leren het kind een bepaalt eetgedrag, wat niet altijd gezond is. Maar ook door het kind te belonen voor eten van iets wat het niet lekker vindt of wanneer het kind eigenlijk geen honger heeft, leert het kind af om naar zijn/haar eigen lichaam te luisteren.
Ook de mate van bewegen van het kind speelt een belangrijke rol in het overgewicht. Kinderen die overgewicht hebben eten vaak niet te veel maar bewegen te weinig. Regelmatig horen we dat de ouders van een kind met overgewicht melden dat hun kind als baby al minder beweeglijk was dan andere kinderen. Het zijn vaak tevreden, rustige baby's. Wel zien we dat deze baby's vaak sneller drinken, langer drinken en minder rustpauzes nemen tijdens het drinken. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat kinderen die borstvoeding krijgen minder kans op overgewicht hebben dan kinderen die flesvoeding krijgen.
Risico's van overgewicht
Het eerste risico van overgewicht als kind is overgewicht als volwassenen. 80 % van de kinderen met overgewicht heeft ook als volwassene gewichtsproblemen.Overgewicht brengt een aantal risico's met zich mee. Overgewicht vergroot het risico op artrose, diabetes, hart- en vaatziekte en gewrichtsproblemen door overbelasting van de gewrichten. Maar ook psychische problemen kunnen het gevolg zijn van overgewicht. Kinderen kunnen erg gepest worden met hun over gewicht. Ze kunnen hierdoor erg onzeker worden, weinig zelfvertrouwen krijgen en zelfs depressief worden

bron: http://www.opvoedadvies.nl/gewicht.htm